zaterdag 24 juni 2017

Windmolens

Waterschap Rivierenland wil een stuk grond langs de Bergsche Maas, tussen de Peerenboom en Dussen beschikbaar stellen voor het plaatsen van 4 of 5 windmolens. Realisatie laten zij over aan lokale initiatieven. Pachters van de betreffende gronden krijgen een vergoeding en alle opbrengsten worden in een gebiedsfonds gestopt dat ten goede komt aan de gemeenschap.
Dit was kort samengevat de inhoud van het gesprek dat Progressief Altena gisteren had met een vertegenwoordiger van het waterschap. Van onze kant kritische vragen, enthousiasme én weerstand. De meningen zijn kortom enigszins verdeeld. Voor mij persoonlijk is het vooralsnog van belang hoe de bewoners pal naast het beoogde gebied op het idee gaan reageren. In het najaar zal Progressief Altena een standpunt innemen over windenergie in Altena in het algemeen en over het idee van het waterschap in het bijzonder.

donderdag 22 juni 2017

Armoede

Gemeente Werkendam gaat (nog) meer doen aan armoedebeleid. Daartoe gaven dinsdagavond de kredietbank, stg.Leergeld en het maatschappelijk werk van Trema een presentatie aan de leden van de commissie Inwoners. Voor welke opgaven mensen in armoede gesteld worden, ervaar ik bijna wekelijks als ik weer probeer enkele gevluchte gezinnen tot steun te zijn. Ook denk ik redelijk de wegen te weten om dingen op te lossen en financiële pijn te verzachten. Dat betekent echter niet dat alles ook goed gaat. Een greep uit de zaken die ik dinsdagavond meekreeg en die ik voor een deel zelf ook tegenkom:
·         Heel veel informatie en correspondentie gaat tegenwoordig digitaal, maar vele mensen met lage inkomens zijn onvoldoende digitaal vaardig en/of hebben niet de beschikking over een computer.
·         Mensen die – noodgedwongen – snel wisselen van (parttime) banen moeten geregeld periodes financieel overbruggen omdat de afhandeltijd van een (aanvullende) uitkering en van belastingtoeslagen erg lang is. Geld voor overbrugging is er echter niet.
·         De formulieren die mensen in moeten vullen zijn vaak niet eenvoudig en eenduidig.
·         Kleine zelfstandigen met een (zeer) beperkt  inkomen vallen geregeld tussen wal en schip.
·         En de meest schokkende: na toekenning van schuldhulpverlening kan het een jaar (1 jaar!!!) duren voor het traject daadwerkelijk start.
Met aanvullend beleid hoopt Werkendam een beter antwoord op armoede te geven en schulden meer te gaan voorkomen. Alle hierboven genoemde zaken zijn hierbij in beeld. Tegelijk is het echter niet sterk dat er – ondanks herhaalde vragen van Progressief Altena – nog geen concreet voorstel ligt voor het inzetten van de extra gelden (Klijnsma-gelden) die sinds januari beschikbaar zijn voor de bestrijding van armoede onder kinderen. Inmiddels is gelukkig wel duidelijk dat men ermee bezig is en dat kinderen in armoede voor 2017 vanaf september voor een bedrag van 300 á 400 euro aan kleding, schoolspullen, e.a. bij de gemeente kunnen declareren.

maandag 29 mei 2017

Jongerenraad op weg naar één Altena

Mooi om te zien hoe 17 jongeren van 12 t/m 23 jaar zich in gaan zetten voor zaken die betrekking hebben op jongeren. Vanavond was de jongerenraad Going4oneAltena een feit. Tot de fusie tussen Aalburg, Werkendam en Woudrichem, per 1/1/19,  gaan zij zich richten op openbaar vervoer, toerisme, uitgaansgelegenheid, sportaanbod, veilige verlichting, pesten, drugsproblematiek en een HBO-opleiding in de streek. Alle leden presenteerden zich kort aan pers, familie en politici. De één doet mee uit nieuwsgierigheid, de ander vindt het interessant, een derde spreekt van een uitdaging en een vierde van een leerzaam project. Maar er zijn ook leden die zich focussen op een speerpunt. Voor Jade is dat afval, voor Huib een grotere diversiteit in het sportaanbod, voor Andries het OV netwerk en Jacco heeft een heel wensenlijstje waar hij mee aan de slag wil. Natuurlijk kon ik het niet laten om gelijk met enkele jongeren even persoonlijk kennis te maken. Want welke politieke partij wil nu geen jong talent binnen zijn gelederen halen? Maar los daarvan is het heel waardevol dat jongeren de drie raden de komende anderhalf jaar gevraagd en ongevraagd van advies gaan dienen (de gemiddelde leeftijd in de Werkendamse raad ligt toch al gauw rond de 55)en dat er voor alle andere jongeren in de streek nu één centraal aanspreekpunt is. Ik hoop dat er veel gebruik van gemaakt wordt.

zaterdag 27 mei 2017

Democratie in Werkendam

In de Werkendamse raad zit de oppositie er met grote regelmaat voor spek en bonen bij. Coalitiepartijen tikken voor een raadsvergadering onderwerpen af en halen daarmee de discussie uit de openbare raadsvergadering. Zo ook weer afgelopen dinsdag.
Lokaalbelang had een motie voorbereid. CDA diende deze mee in (een meerderheid was in de pocket) en voor de vorm werd ook 5 minuten voor de vergadering nog coalitiepartner SGP gevraagd een handtekening te zetten. Oppositiepartijen CU en Progressief Altena werden niet vooraf op de hoogte gebracht. In de raadsvergadering lichtte Lokaalbelang de motie toe. CDA en SGP knikten dat ze het er mee eens waren en voor de vorm werd nog even geluisterd naar PA en CU. Klap erop. Klaar.
Ik heb een moment gedacht: “Kom ik ga naar huis. Met deze handelswijze hebben mijn partijgenoten en ik geen enkele toegevoegde waarde.”
Natuurlijk mag het allemaal wat de coalitiepartijen voor de zoveelste keer deden, maar ik vind het getuigen van een grote minachtig voor de andere partijen in de raad en zelfs wel voor de democratie. Er zijn 21 leden gekozen in de Werkendamse raad. Een deel daarvan (de coalitie) heeft bij de start afgesproken wat er deze periode bereikt moet worden en wat speerpunten moeten zijn. Vervolgens ga je met de voltallige raad aan de slag om gemeentebeleid in te kleuren en het coalitieprogramma vorm te geven (of niet). Althans zo zou het m.i. moeten zijn. In Werkendam is het te vaak echter anders. Niet 21, maar slechts 15 raadsleden (de coalitie) bepalen daar op voorhand even snel welke kant het op moet, zonder de overige raadsleden daarin te kennen. Daarbij maakt het niet uit of het een kwestie is die prominent in het coalitieprogramma staat of een onderwerp dat daar niet eens genoemd is.

dinsdag 23 mei 2017

Ondermijning

Met “De achterkant van Nederland” werd ik pakweg 30 jaar teruggeworpen in de tijd. Als vormingswerker was ik betrokken bij jongeren van het kamp in Zwolle en later als jongerenwerker in Laakkwartier-Noord (Den Haag) bij jongeren die het met de wet niet zo nauw namen. Keurig gereformeerd opgevoed en opgegroeid in een dorp voelde ik me permanent onveilig en op mijn hoede. Het boek van Pieter Tops en Jan Tromp over ondermijning haalde veel herinneringen boven aan een wereld waarin ik niet thuis hoorde, een wereld die me angst aanjoeg. En dat is niet anders geworden.
De hoogleraar en de journalist beschrijven hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken. Hoe met hennepteelt (heeeeel) groot geld verdiend wordt. Hoe daarvoor door stromannen zowel kleine als luxe locaties geregeld worden. Hoe het verdiende geld witgewassen wordt. Hoe mensen ingepakt worden. Hoe mensen bedreigd worden. Hoe de criminele wereld greep probeert te krijgen (en krijgt) op de politiek. Hoe er lekken zitten bij politie, justitie, psychiaters, ambtenaren, e.a. Hoe groot misbruik gemaakt wordt van PGB’s. Hoe met fake namen uitkeringen en belastingtoeslagen vergaard worden. Enzovoort. Enzovoort. Een wereld om absoluut niet blij van te worden. Een wereld die blijkbaar in met name Limburg en Noord-Brabant sterk ontwikkeld is. Een wereld waar politie, justitie, gemeente, woningcorporaties en vele anderen de handen ineen moeten slaan wil een aanpak effect sorteren. Maar ook ikzelf, als raadslid, zal alert moeten zijn op de verstrengeling van onder- en bovenwereld, op ondermijning. Volgens het boek is het veel groter en veel dichterbij dat iedereen denkt. Toch hoop ik (tegen beter weten in dus) dat het ver van mij blijft, want net als pakweg 30 jaar geleden voel ik me er zeer ongemakkelijk bij.

vrijdag 19 mei 2017

Meervoudig democratisch Altena

Ik ben meer een mens van de inhoud en van concreet, dan van visie en vergezichten. Met de discussie over meervoudige democratie en de avonden die daarover op het programma staan, kon ik toch niet meer om enige verdieping heen.  Ik las “Op weg naar meervoudige democratie”, het document dat tot stand kwam onder voorzitterschap van CdK Wim van de Donk. Enkele (bijna) citaten en vragen die daar opgeworpen worden:
Wie worden er vertegenwoordigd als de klassieke politieke partijen en verzuilde samenlevingsverbanden langzaamaan door moderne instituties en sociale media zijn of worden vervangen?
De democratie is teveel los komen te staan van de samenleving. Ze is niet representatief meer.
Er ontwikkelt zich een horizontale netwerksamenleving. (…) Burgers nemen zelf initiatieven voor de aanpak van relevante maatschappelijke problemen.
De representatieve democratie moeten we verbinden met de maatschappelijke democratie en zo stappen zetten op weg naar een meervoudige democratie.
Onafhankelijke informatievoorziening, sterke media en onpartijdige journalistiek zijn van vitaal belang voor een effectieve controle op bestuur, en voor het betrekken van de samenleving bij dat bestuur.
Vanuit maatschappelijke opgaven geredeneerd kunnen ambtenaren niet langer uitsluitend in dienst van het college zijn maar ook ‘publieke ambtenaren’ worden.
Ook las ik het (beter toegankelijke) essay “Het lege midden” van Jan Dirk Pruim. Ook hier een tweetal (bijna) citaten/vragen:
De raad moet zich beperken tot de kaders, maar raadsleden worden opgezadeld met de meest complexe uitvoeringsdossiers (jeugdzorg, langdurige zorg). In die dossiers wordt beleid al doende gemaakt. De praktijk bepaalt de kaders, niet andersom (…). Wat nu als kaderstellen een op de uitvoeringspraktijk betrokken nabijheid vraagt die raadsleden niet kunnen en niet moeten leveren?
Uitvoering is voor een belangrijk deel verplaatst naar het snel groeiende middenbestuur. Het niemandsland tussen gemeenten en provincies dat bewoond wordt door bestuurders en ambtenaren. Raadsleden vind je er niet. De raad zit hier in de rol van informatiekliko. (…) Wie agendeert er, wie beslist, verantwoordt  en wie roept ter verantwoording in dat lege midden?
Behalve een helderder beeld van wat “meervoudige democratie” nu eigenlijk inhoud, refereerden beide teksten ook aan een onderbuikgevoel dat ik al lang heb: het moet anders in de politiek, in gemeenteland. Maar hoe? En kan (mag) het eigenlijk wel anders?  En zo ja, hoe krijg je dat dan in vredesnaam voor elkaar? Voor een stuk ongeduld als ik, die helemaal chagrijnig wordt van sessie op sessie oeverloos vergezichten schetsen was en is dit een hopeloze opgave. Maar nu (vele) anderen meedoen en handvaten aanreiken doe ik graag mee. Want zoveel is me inmiddels ook wel duidelijk: het kan (en moet) ook écht anders dan het de afgelopen jaren in mijn gemeente ging. Op weg naar een meervoudig democratisch Altena!

dinsdag 16 mei 2017

Toegang tot Sociaal Domein na de fusie?

Na eerder een werksessie over de omgevingswet als voorbereiding op de fusie in Altena, was er gisteravond een werksessie over het Sociaal Domein. Centraal stond de vraag hoe de toegang tot de WMO, de jeugdzorg en de participatiewet er uit zou moeten zien. Met slechts een beperkt aantal raadsleden uit de drie gemeenten gingen we aan de slag met een tweetal stellingen, namelijk:
Als je kerngericht werkt, heb je geen centraal loket nodig.
De gemeente moet zijn verantwoordelijkheid nemen en mag de toegang tot de zorg nooit volledig uitbesteden.
Met de eerste stelling was ik het eens. Althans voor zover het een fysiek loket betreft. Een telefonisch en een digitaal loket kan (en moet) naar mijn idee wel centraal geregeld zijn. Net als de backoffice overigens. Ik stel mij een vaste professionele generalist (of 2 of 3) voor per kern(gebied) van een zekere omvang. Hij/zij is daar één of meerdere keren per week - in een school of dorpshuis -  fysiek benaderbaar door de inwoners en kan via het centrale telefonische en digitale loket “altijd” ook op andere momenten benaderd worden. Voor vertrouwelijke gesprekken is er een gespreksruimte aanwezig, of – beter nog – die gesprekken vinden thuis bij de “hulp”vrager plaats. Relatief eenvoudige zaken kan deze generalist zelf afhandelen, voor meer ingewikkelde vragen kan hij/zij ter plaatse een afspraak inboeken met een collega. Wie niet in het eigen dorp het fysieke loket kan of wil bezoeken, kan altijd een dorp verderop terecht.
Met de tweede stelling was ik het aanvankelijk oneens, totdat collega-raadslid MvD mij de keerzijde liet zien. Immers, je kunt nooit één organisatie vinden die op zowel de jeugdzorg, als de participatiewet, als de WMO  alle kennis en kunde in huis heeft om de toegang goed te regelen. De toegang zou dan bij drie organisaties komen te liggen en daarmee wordt het totale en integrale beeld gemist. Door de toegang in handen van de gemeente te houden kunnen alle lijntjes aan elkaar gekoppeld worden en kan ook beter gewerkt worden aan “één gezin, één plan, één regisseur”.